BCGV
Home / Informatie / Geschiedenis

Geschiedenis BCGV

In het jaar 1948, het was nog maar enkele jaren na de oorlog, werd er door een aantal vrouwen van de vrouwenvereniging uit Baarn en Amersfoort besloten om een vrouwenbond van Christelijke Gereformeerde Vrouwenverenigingen op te richten. Nadat men het landelijk bekend had gemaakt, was het in september 1948 zover.

Uit het hele land kwamen er afgevaardigden van 32 vrouwenverenigingen naar Amersfoort. Zij richtten de bond op in een sfeer van samenbundeling en samenbinden.

Alle verenigingen hadden een eigen manier van werken, de ene vereniging deed speciaal aan ziekenzorg, de andere noemde zich studiekring, weer een derde deed aan studie en handenarbeid enzovoort, maar allen hadden één doel, als christelijke-gereformeerde vrouwen zich bezinnen op hun plaats en taak volgens Gods Woord en belijdenis en het onderlinge contact te bevorderen.

De BCGV groeide gestaag in ledental. Als men in 1953 het eerste lustrum viert, zijn er 57 verenigingen lid en in 1955 zijn er al 91 verenigingen bij de bond aangesloten.

Al heel snel na de oprichting wordt het eerste nummer van het contactblad van de BCGV uitgegeven. Het blad krijgt de naam “Contact orgaan” en bevat enkele pagina’s met eenvoudige Bijbelse onderwerpen en Bijbelstudies. Op deze manier probeerde het bestuur van de bond het verenigingsleven te stimuleren en alle leden te brengen tot Bijbelbespreking en het onderzoeken van Gods Woord.

Later wordt het een maandblad i.p.v. een uitgave van zes keer per jaar, en dan wordt er voor het “Contact orgaan” een commissie van redactie aangesteld. In 1967 wordt de naam van het blad veranderd in “Contact”.

In het land worden verschillende kringen gevormd. Een kring bestaat uit minimaal drie verenigingen uit dezelfde omgeving. Dit ter bevordering van de samenwerking en het meeleven met elkaar.

Ook ontstaat er een bondslied en een bondsinsigne, dat ook in verzilverde vorm als speldje gedragen kan worden.

Als we kijken naar de ledenaantallen van de laatste jaren zien we het volgende:

in 2001 waren er 163 verenigingen lid met in totaal 3200 leden. Begin 2007 waren er nog 141 verenigingen lid met gezamenlijk 2721 leden.

De BCGV signaleert allerlei veranderingen in kerk en samenleving naast het probleem van vergrijzing bij verschillende verenigingen. In haar beleid zoekt de bond hierop in te haken. De waarde van vrouwenverenigingen is altijd opgemerkt in de kerkelijke gemeente. Bezinning en toerusting is ook in de 21ste eeuw nodig. Gesprek en contact met jongere christenvrouwen is van wezenlijk belang, zowel in de plaatselijke gemeente als in landelijk verband.

Daarom is in 2007 een onderzoek gestart waaraan zowel verenigingen als jongere en oudere vrouwen meewerkten. Dit onderzoek wil dienstbaar zijn aan het beleid van de BCGV.